De aankoop van nieuwe dieren houdt steeds een risico in. Je zet zo immers mogelijk de poorten open voor nieuwe infecties op je bedrijf. Als veehouder kan je gelukkig wél een aantal maatregelen nemen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Zo is het belangrijk om vooraf een bezoekje te brengen aan het bedrijf van herkomst en er poolshoogte te nemen van de gezondheidstoestand van de dieren en de bioveiligheid. Wanneer de nieuwe dieren aankomen op je bedrijf is het cruciaal om ze nog een tijdje apart te houden. Een veehouder vertelt waarom een aparte quarantainestal voor hem een absolute must is.

Getuigenis van een veehouder:

“Wij kochten in het verleden ooit een dier aan dat besmet was met IBR. We hadden toen zelf al enkele jaren een I3-statuut, wat betekent dat we vrij waren van IBR. Omdat er geen andere rundveehouders in onze omgeving wonen en we zelden dieren aankopen, werd er ook niet meer gevaccineerd. Het aangekochte dier was afkomstig van een bedrijf met een I2-statuut, maar daar stonden we toen nog niet zo bij stil. We dachten dat we op veilig speelden door bij aankomst van het dier onmiddellijk aan onze bedrijfsdierenarts te vragen om bloed te nemen voor onderzoek op IBR. Enkele dagen later kregen we de testresultaten en het dier was negatief. Kort daarop lieten we het aangekochte rund in de stal bij de andere dieren.

Wat we niet wisten, is dat een recente IBR-besmetting nog niet aan het licht komt bij dat eerste aankooponderzoek. Een drietal weken later kwam onze dierenarts terug voor een tweede staalname, maar het kwaad was toen al geschied. Het aangekochte dier testte positief en bij de IBR-opvolgingstest enkele weken later bleken ook een aantal andere dieren van de stal besmet te zijn, waardoor we ons I3-statuut kwijt raakten.

Sowieso kopen we weinig dieren aan, maar áls het gebeurt, blijven ze tegenwoordig minstens vier weken in een aparte quarantainestal. Dat is niet alleen belangrijk voor IBR, maar het geeft ons ook de kans om het dier in de gaten te houden en er zeker van te zijn dat het geen andere besmettelijke ziekten met zich meedraagt. De gevolgen van dat éne aangekochte dier voelen we nog steeds: vandaag hebben we nog altijd een I2-statuut, maar we hopen snel terug te kunnen doorgroeien naar een IBR-vrij statuut.”

Reactie van de dierenarts:

“Insleep van IBR op een bedrijf is vandaag helaas nog een reëel risico. Gelukkig zijn er ondertussen verdere stappen gezet in het programma waardoor verkoop van dieren van I2-bedrijven naar bedrijven met een IBR-vrij statuut niet meer mogelijk is. Maar toch blijven een dubbel aankooponderzoek en een quarantaineperiode essentieel. Tijdens de quarantaineperiode kan bloedonderzoek gebeuren om het dier te controleren op bv. IBR, neospora, paratuberculose, mycoplasma, salmonella, … Bovendien kan het dier grondig onderzocht worden op tekenen van o.a. schurft of besmettelijke klauwinfecties.

Voorts raad ik veehouders altijd aan om het IBR- en BVD-statuut van een (in het binnenland) aangekocht rund te controleren, door een sms te sturen naar het nummer 0471 81 70 85 met het identificatienummer van het dier.

Spreek ook altijd af met de verkopende veehouder wat er zal gebeuren als het aangekochte dier besmet blijkt met een of andere ziekte. Goede afspraken maken goede vrienden. Maar het allerbelangrijkste advies blijft uiteraard om de aankoop van dieren zoveel mogelijk te beperken.”