Dieren van verschillende leeftijden hebben vaak een verschillende immuniteits- en infectiestatus. Oudere dieren kunnen immuun zijn voor een infectie, terwijl de jongere er gevoelig voor zijn. Voor de gezondheid van de dieren is het dus ontzettend belangrijk om de leeftijdsgroepen gescheiden te huisvesten.

En dat geldt al zeker voor de pasgeboren kalfjes. Een vleesveehoudster en haar bedrijfsdierenarts vertellen hoe ze een besmetting met Mycoplasma bovis onder controle kregen door de kalveren direct na de geboorte te verplaatsen naar individuele hokjes buiten de koeienstal.

Getuigenis van een veehoudster:

“Niet zo lang geleden kreeg ik problemen met koeien die na de keizersnede niet goed recht konden. De keizersnedewonde was ook ontstoken en soms ontwikkelden de dieren een uierontsteking. De geboorte van de kalfjes gebeurt in een afzonderlijke keizersnedebox. Na de geboorte lieten we de kalveren in dezelfde stal staan als de koeien. Tot de leeftijd van twee weken zaten ze daar in een eenlinghokje. Daarna groepeerden we ze per vijf in een box.

Enkele weken geleden waren er een drietal kalveren die niet kwamen drinken en een algemene suffe indruk gaven. Eén kalf hield zijn kop scheef. De dierenarts legde al snel de link tussen de problematiek bij de koeien en de kalveren. Zowel bij de koeien als bij de kalveren bracht een laboratoriumtest Mycoplasma bovis aan het licht.

In overleg met de dierenarts beslisten we om de kalveren gedurende een langere periode individueel te huisvesten, in een andere stal dan die van de koeien. We speelden al langer met het idee om een afzonderlijke jongveestal in te richten, maar wegens te veel andere werkzaamheden hadden we dit uitgesteld. De huidige situatie zorgde er echter voor dat we snel moesten handelen…

Nu brengen we de kalveren direct na de geboorte rechtstreeks naar een aparte hangar. We vervoeren ze met een kruiwagen, die we enkel gebruiken om de kalveren na de keizersnede te verplaatsen. De hangar is ingericht met eenlingboxen. Om de kalveren voldoende lang individueel te kunnen houden, hebben we het aantal individuele hokjes uitgebreid.”

Reactie van de dierenarts:

“Zowel een melk- als vleesveehouder kan te maken krijgen met de problematiek van M. bovis. Hoe jonger een kalf ermee in contact komt, hoe groter de kans op ernstige symptomen.

Om dat te vermijden, zijn een individuele huisvesting van de kalveren gedurende minstens 6 weken, én het scheiden van leeftijdsgroepen cruciaal. Dit vergt natuurlijk een wijziging in bedrijfsvoering, maar je kunt er heel wat problemen mee voorkomen.

Verder is het belangrijk om elk kalf een eigen drinkemmer te geven. Als je voor de emmers dezelfde nummers gebruikt als die van de bijbehorende hokjes, kan een emmer na reiniging gemakkelijk bij het juiste kalf teruggezet worden.

Soms is het ook noodzakelijk om de voeding van de kalveren aan te passen. Uit Veepeiler- en GPS-projecten is wel gebleken dat de kans op overdracht via de biest beperkt is, maar in geval van uierontsteking is het sowieso geen goed idee om de biest aan de kalveren te geven. Omdat de kalfjes op dit bedrijf al kunstmelk kregen, hoefde de voeding hier niet gewijzigd te worden.

Nu de veehouder deze aanpassingen in de bedrijfsvoering heeft doorgevoerd, is geen enkel kalf nog ziek geworden. De uierontstekingen blijven we opvolgen en als er een vermoeden is van M. bovis laten we de melk onderzoeken. Indien de kiem wordt teruggevonden, wordt beslist om de koe niet meer aan te houden en haar eventueel enkel nog af te mesten.”