Het hoeft niet meer gezegd te worden dat kalveren zonder immuniteit geboren worden en dat de biestverstrekking dus letterlijk van levensbelang is. Maar ook in de eerste weken na de geboorte is extra aandacht voor hygiëne en bioveiligheid een must voor een goede jongveeopfok. Katleen Geerinckx, projectingenieur op de Hooibeekhoeve en jurylid voor de Bioveiligheid Award, legt uit hoe enkele eenvoudige aanpassingen of maatregelen ervoor kunnen zorgen dat de insleep en versleep van ziekten bij de kalveren tot een minimum beperkt worden.

Geef elk kalf een eigen speenemmer 

“Een eerste tip: nummer de kalverhokken en speenemmers. Dat helpt je om steeds dezelfde speenemmer bij hetzelfde kalf te gebruiken. Op deze manier kan je kruisbesmetting voorkomen in geval van ziekte. Het nummeren kan heel eenvoudig met een permanente stift of met stickers die je in de doe-het-zelfzaak vindt.

Door de speenemmers bovendien dagelijks uit te wassen met warm water en detergent voorkom je dat bacteriën zich gaan vermenigvuldigen in achtergebleven melkresten. Laat ze bij voorkeur ondersteboven uitdruppen en opdrogen.

Komt er een nieuw kalf in het hok, gebruik dan nooit zomaar de spenen van een vorig kalf. Haal de speen van de emmer en reinig en ontsmet hem zorgvuldig. Weet wel dat een speen er met het blote oog nog schoon uit kan zien, maar dat er scheurtjes aanwezig kunnen zijn waarin bacteriën zich kunnen ophopen en vermenigvuldigen. Vervang de speen regelmatig. Of nog beter: neem een nieuwe speen telkens er een nieuw kalf in het hok komt.”

Trek andere laarzen en kledij aan bij de kalveren

“Een andere maatregel die weinig kost, is om andere kledij en schoeisel aan te trekken bij de kalveren. Dit vraagt telkens wat tijd, maar die haal je opnieuw in, want minder zieke dieren betekent ook minder arbeid. Voorzie in de kalverstal of het kalvercompartiment een kapstok of kastje met een schone overall en laarzen. Liefst zelfs twee: één extra voor eventuele erfbetreders zoals de voeradviseur of veearts. Kom je aan bij de kalveren, wissel dan je overall en laarzen om ziekteoverdracht van de andere dieren naar de kalveren te vermijden. Een maatregel die je gerust aan je veearts of andere erfbetreders mag opleggen.”

Let ook op de looplijnen op je bedrijf!

“Ook hier is vaak nog verbetering mogelijk. Heb je er al bij stilgestaan hoe vaak je van de ene diergroep naar de andere loopt en weer terug? Tracht dit tot een minimum te beperken! Start je werk bij de jongste kalveren en werk naar de oudere dieren toe. Dit geldt binnen de kalverafdeling maar ook voor het hele bedrijf. Je bezoek aan de zieke kalveren die extra zorg nodig hebben stel je, indien mogelijk, uit tot het einde.

Het is trouwens niet slecht om die zieke kalveren te merken. Zeker op grote bedrijven, waar vaak meerdere personen de kalveren verzorgen is dat interessant. Door eenvoudigweg een markering aan te brengen op het hok – denk aan een gekleurd lintje of een stuk gekleurde tape – ben je je ervan bewust dat deze dieren extra in het oog gehouden moeten worden én dat je extra aandachtig moet zijn om de verspreiding van ziekten te voorkomen. Huisvest je zieke kalveren ook apart tot ze helemaal genezen zijn.

En jij kan wel je best doen om van de kalveren naar de oudere dieren te werken, maar dit mag je ook vragen van je erfbetreders zoals de voeradviseur of de veearts. Komt die laatste langs voor een kalf met diarree en voor een zieke koe? Vraag hem dan om te beginnen bij het kalf (met bedrijfskledij aan!) en vervolgens pas die zieke melkkoe te behandelen.”