Interview met:
Geert Demasure uit Avelgem, winnaar van de Bioveiligheid Award voor Vleesvee

Geert Demasure en zijn vrouw Veerle Vercaemer zijn de drijvende krachten van boerderij Van Ter Bos, een vleesveebedrijf met maar liefst 450 witblauwe runderen. Dierengezondheid, bioveiligheid en dierenwelzijn staan er op het voorplan. In de eerste plaats voor de dieren zelf. Maar er is nog een goede reden: als je economisch rendabel wil zijn, mag je niets aan het toeval overlaten.

Hoe hebben jullie de deelname aan de Award aangepakt?

Bij de inschrijving hebben we ons niet beperkt tot het inschrijvingsformulier van DGZ. Samen met onze dierenarts, Tom Lavens, hebben we een mooi dossier opgemaakt. Eigenlijk was dat vooral een oefening voor onszelf. We hebben in kaart gebracht wat we deden – en dat was best veel – en waarom we het deden. Nu is alles mooi gestructureerd in een protocol.

En weet je wat ons opviel? Heel veel van de bioveiligheidstips die DGZ de daaropvolgende maanden verspreidde via de nieuwsbrief en de landbouwbladen namen wij al ter harte. Bijvoorbeeld hoe je omgaat met de nageboorte: dat je die niet mag laten slingeren, dat de hond ermee vandoor kan gaan en zo een vuil spoor achterlaat. Een ander voorbeeld is dat je de plaats waar een keizersnee gebeurt, grondig moet schoonspuiten. En dat je op het bedrijf moet uitkijken met bezoekers: het is essentieel dat ze altijd kledij en laarzen van het bedrijf aantrekken als ze in de stal komen. Maar wie je écht uit de stallen moet weren, zijn de handelaars. Dat zijn allemaal logische zaken, maar toch goed om ze eens op een rijtje te zetten.

Ons dossier wist DGZ te overtuigen en we werden genomineerd. Op het moment dat de jury langskwam was onze stal nog in aanbouw, maar alles zat al in mijn hoofd en ik kon heel precies uitleggen hoe het er allemaal zou uitzien. Nu een half jaar geleden hebben we de nieuwe stal in gebruik genomen.

Waarom hebben jullie deelgenomen aan de Award?

In de eerste plaats vind ik de Bioveiligheid Award een heel mooie reclame en dat is zeker meegenomen. Bovendien maak je kans op een flinke geldprijs.

Wij hebben de volledige som geïnvesteerd in het bedrijf en bijvoorbeeld een extra laarzenwasser gekocht. Verspreid over het bedrijf staan er nu vijf. Iedereen, ook de stagiairs, moet bij het buitenkomen van de stal de mest van de laarzen afspoelen. Voor je het weet, stappen ze anders in een tractor; die begint dan te stinken en dat vindt niemand aangenaam.

Naast de geldprijs die je kunt winnen, is het ook een goede kans om de landbouwsector in een beter daglicht te plaatsen. Bioveiligheid komt iedereen ten goede, zeker ook de consument. In Avelgem en omstreken hebben we in elk geval die boodschap uitgedragen naar het grote publiek.

Hoe hebben jullie reclame gemaakt om voor jullie te stemmen?

De Award was voor ons een aanleiding om te starten met een Facebook-pagina. Dat was vooral de verdienste van Veerle. Vroeger hadden we een website; die gebruikten we om ons fokvee te verkopen. Maar Facebook is zoveel makkelijker en je bereikt veel meer mensen.

We hebben ook een flyer gemaakt die we verdeeld hebben via de voederhandelaar, de dierenarts, de winkeliers in Avelgem, de school van de kinderen… Vooral het brede publiek, de mensen van Avelgem, heeft ons gesteund. Zij reageerden erg positief, omdat ze nu bijvoorbeeld wisten dat we weinig antibiotica gebruiken.

Hoe zijn jullie ertoe gekomen om in te zetten op diergezondheid en bioveiligheid?

Zelf ben ik geen landbouwerszoon; we hebben het bedrijf overgenomen van mijn grootouders. Maar ik heb bijzonder veel geleerd van collega-veehouders die samen met hun dierenarts voor mij een voorbeeld vormden. Op hun bedrijf hadden ze 400 kalvingen en een sterftecijfer van amper 7%. Zij waren bij de eersten om het seleniumgehalte in het bloed te meten en ook om de eerste tocht van een dier te linken aan de ontwikkeling van dat dier, en minder aan de leeftijd. Andere zaken die zij belangrijk vonden, waren het biestmanagement en het intensief voederen. Zo’n zaken hebben ons geïnspireerd.

Op het bedrijf hebben we nu een jonge, vooruitstrevende dierenarts. We begrijpen elkaar goed, en het feit dat we de Award gewonnen hebben, is volgens mij voor een groot stuk aan hem te danken. Is er veel veranderd sinds de award? Dat denk ik niet. Hier en daar hebben we nog wat details bijgeschaafd, maar proper werken doen we sowieso. Dat doen we 100% voor de dieren en voor onszelf, niet om een wedstrijd te winnen.

Welke tips kan je geven aan je collega-veehouders?

Je hebt drie dingen waaraan je kunt werken: huisvesting, genetica en voeding.

  1. Huisvesting:

Een van de eerste zaken die we hier aangepakt hebben, is de scheiding van jonge en oudere dieren, met daaraan gekoppeld: respect voor de looplijnen.

We hebben recent fors geïnvesteerd in nieuwe stallen. We zorgen ervoor dat ze proper ingestrooid zijn en dat de dieren ruimte hebben. Geen enkel dier staat gebonden. Anderzijds zijn we ook altijd bij de eersten om koeien op de wei te plaatsen. Op zonnige dagen in februari hadden we al 15 koeien buiten staan op een droge wei. Vaak zijn het koeien die problemen hebben met de klauwen of hoogdrachtige koeien. Ze liggen dan languit in de zon; da’s magnifiek. Op die manier krijgen we problemen opgelost die je met antibiotica niet uit de wereld kunt helpen.

  1. Voeding:

De dieren worden gevoederd met producten van onze eigen grond, maïs en gras vooral, maar ook met reststromen van de brouwerij, de suikerwinning en lijnschilfers van een bedrijf hier in de omgeving. We laten de koeien grazen op weiden in de buurt, onder andere in de Avelgemse Scheldemeersen, en ze worden geslacht binnen een straal van 15 kilometer. Dat helpt allemaal om de impact op het milieu zo klein mogelijk te houden.

We laten alle kuilen analyseren en waar nodig sturen we de structuur van de voeding bij. Is het gras, de perspulp of de maïs wat minder? Dan voegen we bijvoorbeeld een eiwitcorrector toe op basis van lijnschilfers of Tundra veldbonen. Als boer ben je dan bijna apotheker: begin maar 20 gram te verdelen onder de maïs. Met de minste wind waait het weg. Een voedermengwagen is geen overbodige luxe.

De kalfjes krijgen biest van een uitstekende kwaliteit. Hiervoor hebben we een pasteurisator aangekocht, maar niet voordat we die grondig getest hadden samen met de leverancier en onze dierenarts. We hebben de kalfjes toen verschillende soorten biest gegeven: sterke en minder sterke, gepasteuriseerd en niet-gepasteuriseerd… En wat bleek? Kalveren die gepasteuriseerde biest kregen van mindere kwaliteit hadden meer antistoffen dan kalveren die niet-gepasteuriseerde biest kregen van topkwaliteit. Moraal van het verhaal: als er kiemen in je biest zitten, zijn de antistoffen bezig met het bestrijden van de kiemen en die antistoffen komen niet terecht in het bloed van het kalf.

We hebben niet langer getwijfeld en de pasteurisator aangeschaft. Een hele investering, maar naast het feit dat de kalveren merkbaar minder gezondheidsproblemen hebben (bij de laatste drie longspoelingen is er bijvoorbeeld geen mycoplasma meer teruggevonden) en je veel minder antibiotica nodig hebt, is het ook nog eens heel comfortabel werken. Per kalving – en dat zijn er hier ongeveer 180 per jaar – winnen we minstens een uur, reken maar!

  1. Genetica:

Het Belgisch witblauw is griepgevoeliger dan andere rundveerassen. Sommige bloedlijnen geven minder longinhoud waardoor ze nog gevoeliger zijn voor griep. Dat zijn dan meestal de extreem bevleesde dieren. We vaccineren alle jonge dieren. Kalveren van griepgevoeliger stieren worden vaak nog eens extra gevaccineerd.

Naast de aandacht voor huisvesting, voeding en genetica heb ik nog twee extra tips.

Als er diarree optreedt, zou iedere boer zijn kalveren direct moeten testen. Als het gaat om voedingsdiarree, dan kan je het probleem doorgaans een halt toeroepen met elektrolyten. Maar als het na twee dagen niet van de baan is, testen we de dieren. Op basis van het resultaat geven we de juiste behandeling en dat zijn zeker niet altijd antibiotica. Bij de iets oudere kalfjes helpt het in sommige gevallen om biest bij te geven, ook al is de darm van die dieren niet meer doorlaatbaar voor antistoffen. We trachten ook altijd te achterhalen hoe het probleem is binnengekomen en te voorkomen dat het zich verderzet.

En nog een laatste tip: je kunt geen kalveren kweken zonder een thermometer in je zak. De temperatuur is een heel belangrijke indicator. Soms heb je een kalf waar je amper iets aan merkt. Je neemt de temperatuur en het blijkt 41 graden koorts te hebben. Als je het direct behandelt, dan is het er na een paar dagen door. Maar als je je thermometer niet bij de hand hebt, ontzie je het misschien om de koorts te meten. Als je datzelfde dier dan 12 uur later ziet, is het echt ziek. Dan moet je langdurig gaan behandelen en is er een grotere kans op longschade en zelfs sterfte.

Er start nu een nieuwe editie van de award. Waarom zouden je collega-veehouders deelnemen?

Aan de mensen die al redelijk ver staan op het vlak van bioveiligheid zou ik zonder aarzelen aanraden om deel te nemen. Je maakt kans op een mooie geldprijs, en vooral, het is een ideale gelegenheid om je bedrijf eens helemaal op punt te zetten. Dingen die je al langer in je hoofd zitten hebt, komen er dan eens van. Het is een mooie reclame ook en je helpt het imago van de sector te verbeteren.

“We zien onze dieren echt graag. We willen dat ze een goed leven hebben en gezond zijn. Dieren die zich goed voelen, groeien beter en worden sneller tochtig, en dat komt de rentabiliteit van het bedrijf ten goede,” zegt Veerle Vercaemer.

INFORMATIE?

Met alle vragen over bioveiligheid kunt u terecht bij uw bedrijfsdierenarts of bij de helpdesk van DGZ (078 05 05 23 of helpdesk@dgz.be).